Wie was de Boeddha

Wie was de Boeddha?

Stenen beeld van een staande Boeddha

Staan, één van de vier weldadige houdingen (zitten, lopen, staan en liggen)

Volgens de boeddhistische traditie zijn er meerdere Boeddha’s geweest en zal er nog zeker één Boeddha komen. ‘Boeddha’ is een Verlichte, Bevrijde, iemand die de cirkel van geboorte en dood heeft doorbroken.

Als wij over de Boeddha praten, bedoelen we eigenlijk altijd de historische Boeddha van onze tijd. Siddharta Gautama, een prins uit wat nu Noord India is, die op jonge leeftijd de Verlichting bereikte na enige jaren van ascese en meditatie en die vanaf dat moment ‘Boeddha’ werd genoemd.

De Boeddha leefde zo’n 2.500 jaar geleden en is uiteindelijk ruim tachtig jaar oud geworden.

Wat deed de Boeddha?

Eigenlijk was Siddharta Gautama een verwende en overbeschermde prins in Noord India. Zijn moeder is vlak na zijn geboorte overleden. Zijn vader had zo zijn eigen motieven om zijn zoon heel beschermd en werelds op te voeden.

Siddharta ontmoette uiteindelijk als jonge twintiger toch het leed en de dood, iets wat zijn vader zijn hele leven had proberen te voorkomen. Het zien van de kwetsbaarheid van het leven en het beseffen van de eindigheid, bracht de jonge prins -inmiddels getrouwd en met een kind op komst- in een heftige existentiële crisis. Kort na de geboorte van zijn zoon, verliet de rijke jongeling huis en haard om als bedelmonnik de wereld in te trekken.

Siddharta was op zoek naar wat wel duurzaam was, als dat niet het leven was. Geheel volgens de tradities van zijn tijd, ging hij in de leer bij verschillende meesters. Bij geen van die meesters vond hij echter wat hij zocht.
Hij werd zijn eigen meester en ging de weg van de extremen. Ook dat bracht hem niet waar hij zijn wilde.

Hij brak toen met alle ascese en uitersten en ontdekte voor zichzelf de middenweg. Het boeddhisme is bij uitstek het gaan van de middenweg.
Uiteindelijk vond hij wat hij zocht, na een vast besluit om zich neer te zetten onder een boom in diepe meditatie en niet op te staan tot hij was ontwaakt.

Na het bereiken van zijn Verlichting is de Boeddha een rondtrekkend leraar geworden -initieel na aarzeling en weigering- die een schare volgelingen aantrok. Hij hechtte geen waarde aan het kastensysteem en stond bijvoorbeeld ook vrouwen toe in zijn gevolg, zodat niemand was uitgesloten van zijn leerredes noch van de kans om verlichting te bereiken. Dat was ongewoon ruimdenkend en heeft zeker bijgedragen aan zijn populariteit in zijn eigen tijd. Het bracht hem ook regelmatig in conflict met de bestaande notabelen van zijn tijd. De overgeleverde teksten bevatten veel discussies met leden van andere sektes, adel, rijke lieden en de gevestigde Brahmanen (priesters in de religie die de voorloper is van het Hindoeïsme).

Zijn leerredes zijn in eerste instantie mondeling overgedragen en uiteindelijk een paar honderd jaar na zijn dood opgeschreven, voor het eerst in wat nu Sri Lanka heet. Uit die leerredes blijkt dat de visie van de Boeddha op veel religieuze zaken niet eens sterk afweek van die van zijn tijdgenoten, maar dat zijn manier van leven en zijn ruimdenkendheid hem toch sterk onderscheidde van andere leraren. Hij was de man van de Middenweg, matigheid en meditatie.