Welke vormen van boeddhisme zijn er?

Het boeddhisme is al zo’n 2.500 jaar oud. In die tijd heeft het zich over grote delen van de wereld verspreid. Soms werd het bruut onderdrukt door heersers, soms werd het juist omarmd. Soms verdween het uit een regio om er later weer terug te keren en in sommige delen van de wereld is het na opkomst nooit meer verdwenen en al duizenden jaren actief.

Het boeddhisme draait vooral om juiste intenties, ethiek en voornemens. Het kent oorspronkelijk geen ge- en verboden en geen dogma’s of wereldwijde organisaties en vaststaande structuren. Het sluit van oorsprong niemand uit. Er is geen evangelie en er wordt niet actief aan bekering of werving gedaan. Het is vredelievend voor zowel de beoefenaar als de omgeving.

Het laat ruimte voor de eigenheid van de beoefenaar en komt aan culturele waarden en normen, noch aan godsdienstige of sociale verplichtingen. Het laat zich daarentegen juist verrijken door wat het tegenkomt en assimileert eerder dan dat het verovert.

Het is dan ook geen wonder dat het boeddhisme zich makkelijk voegt in nagenoeg iedere cultuur die er mee in aanraking komt. Sinds de eerste verspreiding van voor Christus tot vandaag aan toe. Door dit vermogen zich aan te passen, zijn er in de loop van de 2.500 jaar dat het boeddhisme bestaat, duidelijk te onderscheiden vormen ontstaan, waarvan drie hoofdstromingen tot op de dag van vandaag overleefden.

Het Theravada of Hinayana

Het Theravada boeddhisme heeft zich vanaf het ontstaan van het boeddhisme vanuit India naar het Westen, Zuiden en Zuidoosten verspreid. Deze vorm van boeddhisme vind je vandaag in Sri Lanka en verder in Birma, Thailand, Laos en Cambodja. De verspreiding naar het Westen (Afghanistan) heeft zich niet gehandhaafd. Ook in India zelf is het boeddhisme nauwelijks nog aanwezig.

Het Theravada boeddhisme heet het boeddhisme van de ouden te zijn. Het is een stroming die sinds 250 jaar voor Christus geen wijzigingen, weglatingen of toevoegingen meer toestond aan hun bronnen, het Pali Canon. Vrouwen spelen een ondergeschikte rol in deze vorm van boeddhisme en kunnen niet gewijd worden.

In het Theravada is het gebruikelijk voor jonge mannen om een tijd in een klooster door te brengen als bedelmonnik. Zo wordt de gehele mannelijke bevolking in de boeddhistische leer en ethiek onderwezen.

Binnen het Mahayana boeddhisme wordt Theravada ook wel Hinayana genoemd, ‘het Kleine Voertuig’. Niet omdat het een mindere vorm van boeddhisme zou zijn, wat wel wordt gedacht. Toen 500 jaar na het leven van de Boeddha een schisma ontstond in de Sangha, de verzameling van boeddhistische geestelijken, koos de minderheid voor het Theravada. De meerderheid volgde de meer hervormingsgezinde vorm Mahayana, ‘het Grote Voertuig’.

Het Mahayana

Het Mahayana boeddhisme verspreidde zich vanaf voor de vijfde eeuw na Christus via het Noorden door Tibet en Nepal, via China naar Korea en Japan, maar is ook in Vietnam terechtgekomen. In de vijfde eeuw is er volgens de overlevering een wijze meester vanuit India naar China gereisd, Bodhidharma. Deze wijze meester heet de grondlegger te zijn van het Zenboeddhisme.

In het Mahayana speelt de figuur van de Bodhisattva een belangrijke rol. Een Bodhisattva is te vergelijken met een Heilige of met een mythische halfgod. Het is een wezen dat het Boeddhaschap bereikt heeft maar de overgang naar het Nirvana uitstelt zolang niet alle levende wezens gered zijn, om zo te kunnen blijven helpen in de wereld.
Dit Bodhisattva-ideaal staat model voor hoe de Mahayana-boeddhist zijn of haar leven wil inrichten en leiden. In het Mahayana zijn zowel mannen als vrouwen welkom om gewijd te worden. Het is geen gewoonte om een kloostertraining te ondergaan. Daar wordt bewust voor gekozen door het individu.

Zenboeddhisme is een vorm van Mahayana. Het heeft zich oorspronkelijk in China ontwikkeld sterk beïnvloed door confucianisme en taoïsme beide, en is vanuit China naar Japan overgebracht. In Japan kreeg het rond de 12de eeuw de vorm die de mensen in het Westen associëren met ‘Zen’. In Japan beïnvloedde de volksaard Zen sterk, maar die beïnvloeding was wederzijds. Allerlei kunsten zijn direct door Zen beïnvloed: bloemschikken, zwaardvechten, tuinontwerp, het schrift en de schilderkunst, boogschieten, de dichtkunst en de theeceremonie zijn daar bekende voorbeelden van.

Het Vajrayana

Het boeddhisme is meermaals in Tibet en Nepal aangekomen vanuit het Noorden van wat nu India heet en later opnieuw vanuit China. Het vermengde zich met de lokale religies die vooral pantheïstisch waren en sjamanistisch.
Uiteindelijk ontwikkelde zich het Vajrayana, ‘het Diamanten Voertuig’. In deze traditie wordt uitgegaan van geheime leringen die honderden, zo niet duizenden jaren verborgen zijn gebleven tot de mensen rijp waren om ze tot zich te nemen. Deze leringen zijn al die tijd van leraar op leerling overgedragen en hebben zich pas in recente tijd geopenbaard.

Het Vajrayana lijkt inhoudelijk sterk op het Mahayana. Zo sterk dat sommigen het als een onderstroming zien van het Mahayana en niet als een aparte stroming.
Ook in het Vajrayana is het Bodhisattva-ideaal belangrijk. En vrouwen zijn net zo welkom als mannen. Wel is het zo dat het Vajrayana zich zeer sterk heeft ontwikkeld tot een mengelmoes van religie en staatsbestuur. Denk bijvoorbeeld voor Tibet daarbij aan de Dalai Lama in zijn dubbelrol van geestelijke en verbannen regeringsleider. Die vermenging kennen andere scholen van het Mahayana dan weer niet. Ook de organisatiegraad binnen het Vajrayana is hoog, terwijl verder in de verschillende scholen van het Mahayana daar veel minder sprake van is.

Vergelijking van de drie stromingen

Het is moeilijk om de drie hoofdstromingen uitputtend te vergelijken. In alle drie de stromingen streven de beoefenaars naar Verlichting, Bevrijding. Soms alleen voor zichzelf (en door zichzelf voor alle levende wezens), soms voor alle levende wezens als eerste en dan pas voor zichzelf. Binnen iedere stroming zijn onthechting, meditatie, mindfulness, studie van het zelf en de vier verheven toestanden van de geest (metta – liefdevolle vriendelijkheid; karuna – compassie; mudita – altruïstische vreugde over andermans geluk; upekkha – gelijkmoedigheid) belangrijk bij de oefening. Iedere stroming beroept zich op oude bronnen en een ononderbroken lijn van overlevering via leraar op leerling die terug gaat tot de Boeddha zelf.

De verschillen tussen de stromingen en scholen zijn evident, maar meestal cultuurbepaald en weinig relevant voor wat het boeddhisme in zijn kern is. Juist nu er een Westerse vorm van boeddhisme aan het ontstaan is, een meer eclectische vorm waarbij vrijelijk gegrasduind wordt in iedere boeddhistische bron die beschikbaar is, wordt die kern van het boeddhisme belangrijker dan zijn uiterlijke verschijningsvorm. En die kern is de leer van de Boeddha zelf in zijn simpelste vorm.

Zenzo – zen onderlinge is niet expliciet boeddhistisch, maar probeert de intenties van het boeddhisme en van de boeddhistische leer wel recht te doen. De meditatieleider , Jikai, is wel boeddhistisch. Zij is een geordineerd Zen-monnik.