Hoe ontstond het boeddhisme?

Hoe ontstond het boeddhisme?

De Boeddha was geen boeddhist, net zo min als Jezus Christus een christen was of Mohammed een moslim. De religies die rond deze mannen zijn ontstaan, hebben hun oorsprong hoofdzakelijk bij de volgelingen en niet bij de historische figuur.

Na het overlijden van de Boeddha wilden zijn leerlingen er alles aan doen om de leer van de Boeddha niet verloren te laten gaan. Dat is het beginpunt van de eerst mondelinge overdracht en later het op schrift zetten van de leerredes die de Boeddha bij leven zou hebben uitgesproken.

Toevlucht nemen

Het boeddhisme leeft bij de gratie van de volgelingen, de mensen die actief het boeddhisme praktiseren. Mensen nemen toevlucht om boeddhist te worden en richten hun leven vervolgens zo in dat zij hun voornemens van tijdens het nemen van toevlucht gestand kunnen doen.

Toevlucht nemen is een eenvoudig maar veelbetekenend ritueel, vergelijkbaar met de doop voor christenen. De boeddhist in spe neemt toevlucht tot de Boeddha, de Dharma (de leer van de Boeddha) en de Sangha (de geestelijken, monniken, nonnen en priesters, die tot de orde behoren waar toevlucht wordt genomen) – De Boeddha, de Dharma en de Sangha zijn tezamen de Drie Juwelen. Als er sprake is van een leraar-leerlingrelatie kan degene die toevlucht neemt ook een boeddhistische naam krijgen.

Na het toevlucht nemen ben je boeddhist, leken-boeddhist.

De tien belangrijke voornemens

Bij het toevlucht nemen tot de Boeddha, de Dharma en de Sangha, neem je je ook voor om je gedrag aan te passen aan je nieuwe status. Je kiest er vrijelijk voor om de volgende intenties op je te nemen (Rinzai-traditie):

  1. het niet doden van levende wezens;
  2. het niet nemen van wat niet is gegeven (niet stelen);
  3. het afzien van seksuele misdragingen;
  4. het niet liegen of de onwaarheid spreken;
  5. het niet tot je nemen van bedwelmende middelen;
  6. het niet spreken van andermans fouten en vergissingen;
  7. het jezelf niet verheffen of anderen kleineren;
  8. geven en niets achterhouden;
  9. niet in boosheid verblijven;
  10. de Drie Juwelen niet belasteren of vervuilen.

Deze voornemens helpen je om je in je dagelijks leven te kunnen blijven richten op je training en om het Achtvoudige Pad, het middel tot het opheffen van het lijden van de mensen, te kunnen blijven volgen.

Bodhisattva-geloften

In de Zentraditie is de Bodhisattva een belangrijke figuur vaak van mythische oorsprong. Een Bodhisattva is min of meer vergelijkbaar met een Heilige uit de christelijke traditie. Een heel belangrijke Bodhisattva is Avalokiteshvara, de Bodhisattva van het Grote Mededogen. In de Zentraditie heeft zij de namen Kwan Yin (Chinees) en Kanzeon of Kannon (Japans).

Avalokiteshvara zet zich in om alle levende wezens te redden. Daartoe stelt zij haar eigen Boeddha-zijn uit en luistert zij naar al het leed in heel het universum om te kunnen helpen waar ze kan.

Naar het beeld van de Bodhisattva en de Bodhisattva Avalokiteshvara in het bijzonder, is er in de Zenboeddhistische traditie nog een set van vier geloften die regelmatig worden afgenomen door serieuze leerlingen, de Bodhisattva-geloften:

  1. Hoe talloos de levende wezens ook zijn, ik beloof ze alle te bevrijden.
  2. Hoe onuitputtelijk de begeerte ook is, ik beloof ze geheel te overwinnen.
  3. Hoe talrijk de Dharma’s ook zijn, ik beloof ze alle te verwerven.
  4. Hoe eindeloos het pad van de Boeddha’s ook is, ik beloof hem geheel te gaan.

Het toevlucht nemen en de verschillende geloften zijn middelen bedoeld om de mens te ondersteunen in zijn beoefening van boeddhisme.

Het ontstaan van het boeddhisme

Het boeddhisme is dus ontstaan na de dood van de historische Boeddha toen zijn volgelingen de behoefte ervoeren om de leer van de Boeddha niet verloren te laten gaan. De eenvoudigste vertalingen naar intenties en gedrag reiken leken en geestelijken een goede leidraad voor hoe te leven op een manier die de Boeddha voorstond.

Dat gold bijna 2.500 jaar geleden en dat geldt nu nog onverminderd. Men zegt wel dat het boeddhisme is als water: is het kopje rond dan is het water rond, is het kopje vierkant, dan is het water vierkant. Het past zich aan waar het komt, maar verliest nooit zijn ware aard. En zo ontstaat het boeddhisme ook vandaag de dag steeds weer opnieuw, zelfs op het niveau van het individu dat zich aangetrokken voelt tot de leer en ethiek van het Boeddhisme.