Ontvangen

Ik ben in duisternis nu het laatste kwartier van de maan
nog moet rijzen en enkele fonkelende sterren
de enige manifestaties zijn van het licht
zoals het zich wil laten kennen.

De temperatuur daalt verder en het spaarzame licht
krijgt vat op de rijp die groeit op het dakje
van de schuur die prompt zilver opschijnt
en niets voor zichzelf houdt.
En daar is ook de maanschijf deels donker
deels licht dat als door een spiegel
wordt weerkaatst van de zon.
Alles geven zo ik het ontvang,
omdat het niet van mij is
maar van ons.