afstand

De okerrode dageraad
schuurt langs de randen van de nacht.
Mijn rust’loos waken ontneemt me kracht;
ontneemt me woord en daad.

Ergens in dat donk’re licht
doolt een woord voor U dichtbij.
Een woord dat U omschrijft, èn mij,
en ons aan elkaar verplicht.
M’n hart een rauwe last.
En hoe kan ik anders bij wat ik voel?
Ik glij uit bed en kniel maar neer.
Ik stamel mijn stomheid … God… Heer…
Vader! … Vader is wat ik bedoel.
Vader, hou me vast.