Stilte

Stilte. Stilte is niet de afwezigheid van iets. Het is niet het ontbreken van rumoer en geluid. Stilte is een open ruimte, wakker en alert, klaar om alles en iedereen te ontvangen.

Als je in het midden van een hectische stad een kerkgebouw binnenstapt, stap je de stilte binnen. Je hoort bussen ronken, de claxons van scootertjes, lachen of schreeuwen van mensen op straat, hakken die vlak langs het voorportaal klikken. Je hoort het schuifelen van voeten, gedempte stemmen, het geklik van een camera, een deur, de elektrische motor van een scootmobiel, het gekoer van duiven in het gewelf, het krassen van stoelpoten, het klokgebeier van groot brons dat hoog boven je de stad toespreekt. Je hoort je eigen stappen, je eigen ademhaling, het bloed kloppend en ruisend in je oren.

Je hoort van alles en toch weet je zeker dat je de stilte bent binnengestapt.

binnengewelf en gebinte kerk delft

Het gebouw belichaamt de stilte zelf. Het staat klaar om je te ontvangen. Wie of wat je ook bent. Je bent er welkom. Het gebouw is koel, en ruim en uitnodigend en duidelijk. Het verbergt niets voor je en vraagt je om jezelf te zijn en jezelf te tonen. Van kleinste plattelandskerk tot grootste kathedraal, allemaal zijn ze die belichaming van de stilte.

Het is de stilte waar mensen nood aan hebben. Ze verlangen naar de kwaliteit van rust en openheid en ontvankelijkheid die ze in de huidige stressvolle wereld nauwelijks nog ergens buiten zichzelf vinden. Het is de stilte die wordt gezocht in kerken nog steeds, maar ook in andere verbanden zoals in yoga en meditatie en wandelingen in het bos. Want meer nog dan dat de mensen die stilte buiten zichzelf zoeken, hebben ze behoefte om zelf stil te worden. Temidden van hun drukke levens.

Stilte. Stilte is niet de afwezigheid van iets. Het is niet het ontbreken van rumoer en geluid. Stilte is een open ruimte, wakker en alert, klaar om alles en iedereen te ontvangen.

Recent was ik bij een bijeenkomst van mensen. De omstandigheden waren zo dat de stemmen van de mensen die in kleine groepjes bijeen stonden, steeds luider gingen spreken. Ik hou er niet van om te moeten roepen tijdens een gewoon gesprek, en zette me met een kop thee ter zijde van de mensen neer op een bank. Ik trok me niet terug in mezelf, maar observeerde, groette soms iemand en genoot van mijn thee.

Ik heb er een klein half uur gezeten. Tot drie maal toe kwam er iemand naast me zitten met de woorden “Wat is het hier lekker rustig.” Drie maal nagenoeg dezelfde woorden. Ik knikte dan vriendelijk en glimlachte en dronk mijn thee. De mensen bleven dan even stil zitten, met één kwam ik kort in gesprek voor het weer stil werd. En daarna gingen ze terug het rumoer in. Stilte is niet eenvoudig voor wie er niet in getraind is.

De stilte die ik was, werd feilloos herkend door andere mensen en ze laafden zich er een kort moment aan.

Stilte. Stilte is niet de afwezigheid van iets. Het is niet het ontbreken van rumoer en geluid. Stilte is een open ruimte, wakker en alert, klaar om alles en iedereen te ontvangen.

Stilte is de grondtoon van de wereld. Het is de houding die zegt: “Ik zie jou. Ik ken jou. Je bent helemaal welkom, zonder dat je iets hoeft achter te houden.” Het is de houding waaruit een volkomen aanvaarding van de wereld spreekt en die tegelijk de bereidheid in zich heeft om precies dat te bieden wat in elk moment nodig is. Het verwelkomt je niet alleen, het nodigt je ook uit om tot jezelf te komen. Om wat van de stilte te ervaren en dan zelf stil te worden. Stilte te worden. Om zelf de stilte te belichamen.