Nu het stof wat neerdaalt

Nu het stof wat neerdaalt en de eerste emoties van de gebeurtenissen in Frankrijk wegebben, begint het echte overdenken. Wat te doen met terrorisme? Nu het zo dichtbij komt, ontkom je niet aan de vraag? Wat kun je doen en hoe sta ik er in als de boeddhist die ik ook ben?

Wat me ooit erg raakte was een uitspraak van ik-weet-niet-meer-wie die geparafraseerd luidt: “Als een rivier overstroomt, ruim je achteraf de puinhopen op. En daarna leg je een dijk om een tweede maal te voorkomen. Je neemt de rivier echter niets kwalijk. Die volgde slechts zijn natuurlijke loop.”

Ik ben een heethoofd en kan makkelijk jijbakken. Deze uitspraak maakte voor mij voor het eerst inzichtelijk hoe ik meedogend om kan gaan met wat ik beschouw als verstoringen van mijn eigen welzijn. Ik hoef, ook als boeddhist, niet over me te laten lopen, maar ik hoef ook niet terug te vallen op geweld.

Kalligrafie door Thich Nhat Hanh. Foto door http://langmai.org/

Het leggen van een dijk om een te woeste stroom te kanaliseren, is van een totaal andere orde dan het leggen van schuld. Ik heb heus mijn portie ‘geweld aan mijn persoon’ meegemaakt. Levens geleden en korter terug. En sinds ik me bewust ben van het verschil tussen voor jezelf opkomen en proberen een schuldige aan te wijzen, heb ik veel meer vrede met gebeurtenissen uit mijn verleden dan voor ik dat verschil zag. Niet dat ik altijd al goed ben in het reageren vanuit dat inzicht ☺ maar ik leer gaandeweg.

Maatschappelijk hoeft dat niet anders te zijn. Ik weet wel haast zeker dat als ik als Algerijnse knul in de Banlieuex van Parijs was geboren pakweg vijfentwintig jaar geleden, dat ook ik me eerder aangetrokken zou voelen tot de strijd van de IS dan tot de hoogdravende taal van de Franse elite die echt geen idee heeft waar het over gaat. Als ik als Marokkaanse was geboren in een oude volkswijk in Den Haag, droeg ik nu een niqap puur om mijn identiteit vorm te geven tegen de stroom in. Want hoe kom ik vanuit die omgevingen te weten wie ik ben, wat ik kan, wat ik wil, terwijl ik steeds vaker word afgewezen met onverholen minachting en haat in de ogen van de ander?

Ik wil liever begrijpen dan veroordelen, maar besef ook dat die dijk om zelfbehoud gerechtvaardigd is. Waar ligt de balans?

Het naming and shaming —columnisten die met onverholen psychische agressie anderen op de ziel trappen, bewust, vs. de gevoelens van haat en agressie waar islamitische jongelingen in het Westen uiting aan geven in fysiek-geweldadige vorm— is een vicieuze cirkel waarvan ik denk dat vooral boeddhisten toch in staat zouden moeten zijn om ze te doorbreken? In dat verband vind ik dit gedicht van Thich Nhat Hanh onvergetelijk krachtig:

Noem me bij mijn ware namen

Zeg niet dat ik morgen ga
als zelfs vandaag nog komen moet.
Kijk naar me: elke seconde verschijn ik hier
om een knop aan een lentetak te zijn,
een vogel met nog tere vleugels
die in mijn nieuwe nest leert zingen,
om een rups te zijn in het hart van een bloem,
een juweel omgeven door gesteente.

Altijd nog kom ik om te lachen en te huilen,
te vrezen en te hopen.
Het ritme van mijn hart is het komen en gaan
van al wat leeft.

Ik ben de eendagsvlieg die van gedaante wisselt
op het water van de rivier.
En ik ben de vogel die een duikvlucht maakt
om de vlieg te verorberen.

Ik ben de kikker die vrolijk zwemt
in het heldere water van een vijver.
En ik ben de ringslang die stilletjes
zich voedt met de kikker.

Ik ben het kind in Oeganda, vel over been,
mijn benen als dunne bamboe.
En ik ben de wapenkoopman,
die dodelijk wapentuig aan Oeganda verkoopt.

Ik ben het meisje van twaalf,
een bootvluchteling die zich in zee stort
na te zijn verkracht door een piraat.
En ik ben de piraat,
met een hart dat niet zien kan
niet liefhebben kan.

Ik ben lid van het politbureau
met macht in mijn handen.
En ik ben de man die zijn bloedschuld
aan mijn volk moet betalen
dat langzaam sterft in een werkkamp.

Mijn vreugde is als de lente, zo warm
dat de bloemen overal op aarde ontluiken.
Mijn pijn is als een rivier van tranen,
zo onmetelijk dat zij alle oceanen vult.

Noem me daarom bij mijn ware namen, alsjeblieft,
zodat ik al mijn huilen en lachen tezamen hoor,
zodat mijn vreugde en pijn één zijn.

Noem me bij mijn ware namen, alsjeblieft,
zodat ik kan ontwaken
en de deur van mijn hart open kan staan,
de deur van mededogen.