Stop

Voor de lessen van komende week, ging ik op zoek naar de parabel van Angulimala, zoals die wordt verteld door Thich Nhat Hanh in zijn boek Nothing to do, Nowhere to go1. Voorin het boek trof ik een ansichtkaart van een Zenvriend.

Ik herlas de tekst op de ansicht:

Barbara,

Deels “dank” voor jiki-zijn2, deels nostalgie (nu al!) naar de Sesshin3, deels niet-aflatende poging om je mildheid proberen “bij te brengen”… In ieder geval een kadootje.

Prompt schoot ik vol.

 

Ik kreeg het boek aan het einde van de Dai Sesshin in de zomer van 2010. Het was de Sesshin voor ik het klooster in zou gaan. Ik was onrustig en warrig en opgetogen en onzeker en verwachtingsvol. En ik was drie en een half jaar jonger dan ik nu ben.

Ik had indertijd moeite met het lezen van de boeken van Thich Nhat Hanh. De voorstellingen in zijn boeken zijn zo zacht, zo zoet, zo perfect, dat ik geen enkele herkenning ervoer en me er niet mee kon identificeren. Ik kon niets met de boeken van die man.

Min of meer plichtmatig las ik het boek schuin door nog voor ik het in een doos pakte, bestemd voor de opslag zolang ik in het klooster zou leven. Veel van wat ik las, herkende ik als voor mij onbruikbaar. Tot ik aankwam, tegen het einde van het boek, bij de parabel van Angulimala.

In het kort vertelt de parabel over een moordenaar die tijdens één van zijn geweldadige rooftochten de boeddha treft. Op de één of andere manier lukt het de moordenaar, Angulimala 4, niet om de boeddha in te halen tijdens een achtervolging. Gefrustreerd roept Angulimala uiteindelijk uit Stop, monnik! Stop! Waarop de boeddha prompt pal voor zijn neus staat en zegt Ik ben allang gestopt, Angulimala. Jij bent degene die niet gestopt is.

Toen ik dat de eerste keer las, begonnen de tranen over mijn gezicht te lopen. Overvallen door een diep verdriet en gevoel van berouw. Wanneer stop jij? werd mij rechtstreeks gevraagd. Nog jaren later kon ik de parabel niet lezen, zonder te beginnen te huilen.

Na mijn tijd in het klooster, kwam de parabel opnieuw in mij op. Twee jaar lang mediteerde ik met het woord “Stop” als mantra, als koan5. “Stop” werd mijn “Mu6. “Stop” op elke uitademing. “Stop” in elke stap. “Stop”. Vriendelijk, doch beslist “Stop”.

 

Afgelopen december deed ik mee met de rohatsu7 bij Zencentrum De Noorder Poort. De sesshin waarin ik mijn Jukai8 opnieuw deed. De sesshin waarin de gever van het boek van Thich Nhat Hanh, drie en een half jaar gelden, er ook bij was, en hij in een ontroerende, emotionele en humoristische vertelling de verzamelde deelnemers meegaf dat hij was getroffen door de ziekte ALS. Dit was voor hem de laatste sesshin ooit. Er is geen remedie tegen de ziekte ALS en je overlijdt er in korte tijd aan.

Zijn onthulling raakte me diep. Zo’n jonge, goede gast, met lieve vrouw en een kind op komst. Maar dat niet alleen, ook de manier waarop hij zijn verhaal vertelde raakte me. Compassievol. Compassievol voor ons, zijn toehoorders, en zeker ook voor hemzelf. Hier vertelde iemand die was gestopt.
Af en aan dacht ik weer aan die jonge kerel. Hoe zou het hem nu vergaan? Wat kan hij nog? Waar geniet hij nog van?

En toen kwam die ansicht te voorschijn. Deels niet-aflatende poging om je mildheid proberen “bij te brengen”. Ik bladerde terug in het boek en las. En realiseerde me dat de taal van Thich Nhat Hanh me inmiddels wel aanspreekt. Ik begrijp wat hij schrijft. Ik word geraakt door zijn directe en vriendelijke teksten.

Practice is not hard labor. When we work too hard at anything, whether it is business or enlightenment, then we can’t stop in order to see all the wonders of life inside and around us. The Prajnaparamita Heart Sutra says this clearly, No attainment, no realization, because you already are what you want to be. There is nothing to attain. Stop. Don’t do anything. It may look like we aren’t going anywhere but in fact we’re deeply in the present moment and we’re able to touch the ultimate dimension.9

Practice is not hard labor. … Stop. Beoefening is geen hard werken. … Stop. Ik ben wie ik wil zijn. Ik hoef niets te bereiken, niets de verwezelijken. Als ik in het huidige moment kan blijven, kan ik het ultieme raken.
Net zo belangrijk. Het raakt mij dan ook, heb ik gemerkt. Diep, ontroerend raken.

Met Angulimala loopt het goed af. Hij ervaart berouw, treedt toe tot de orde van de monniken die de boeddha volgen, en leeft het bestaan zoals rondtrekkende bedelmonikken dat indertijd leefden. Hij krijgt nog wel een fors pak slaag van een boze gemeenschap, wat hij gelijkmoedig opneemt als boetedoening voor zijn fouten in de tijd dat hij rovend en moordend door de omgeving trok. Uiteindelijk bereikt hij verlichting.

Ben ik al gestopt? Is het werkelijk?

Ik kan in ieder geval wel de boeken van Thich Nhat Hanh lezen 🙂

  1. Thich Nhat Hanh, Nothing to do, Nowhere to go, Waking up to who you are – Reflections on the teachings of master Linji (Parallax Press, 2007 Berkley California); bladzijde 181-184
  2. Jiki of Jiki-jitsu: een rol of functie in de zenomgeving – degene die verantwoordelijk is voor de gang van zaken in de zendo, de meditatieruimte
  3. Sesshin: een zen-retraite (het woord betekent letterlijk ‘Verenigd Hart’)
  4. De naam Angulimala komt uit het Sanskriet en zou betekenen: vingers-ketting. De parabel vertelt dat Angulimala van ieder van zijn slachtoffers een vinger nam en die aan een ketting reeg die hij om zijn nek droeg en dat hij nog één nodig had voor een mooi rond getal aan vingers: honderd.
  5. Een koan is in de Zen-traditie een paradoxaal verhaal of raadsel waar je met alleen logica geen vat op krijgt. Je mediteert met de koan tot je de koan realiseert en je Zenleraar die realisatie goedkeurt.
  6. Mu” is traditioneel één van de twee koan waarmee je zentraining begint. Het kan jaren duren voor je de koan realiseert.
    Een monnik vraagt aan Zenmeester Joshu “Heeft een hond boeddhanatuur?” Meester Joshu antwoordt “Mu”.
  7. De Rohatsu is de zwaarste dai-sesshin in het jaar; een weeklange retraite die rond de verlichtingsdag van de boeddha is gepland, rond 8 december
  8. Jukai is de ceremonie waarbij je formeel boeddhist wordt door het nemen van tien precepts, voorschriften. Het is de lekenordinatie in het Zen-boeddhisme
  9. Thich Nhat Hanh, Nothing to do, Nowhere to go; bladzijde 101
    De beoefening is geen hard werken. Wanneer we te hard werken met wat dan ook, zaken of verlichting, kunnen we niet stoppen om alle wonderen van het leven te zien binnen ons en buiten ons. De Hart Soetra [die de kern van de leer van het Mahayana-boeddhisme bevat – SD] zegt daarover “Bereiken, noch verwezenlijken”, omdat je bent wat je wilt zijn. Er is niets te bereiken. Stop. Doe niets. Het lijkt dan misschien of dat nergens toe leidt, maar in feite zijn we diep aanwezig in het huidige moment en zijn we in staat te raken aan het ultieme.